2e Eijlders Poëzie Aanmoedigingsprijs
hoor de roerfluit en de nachthoorn Annemarie Timmer
Juryrapport

Wat een prachtig vormgegeven bundel is hoor de roerfluit en de nachthoorn van Annemarie Timmer! In verstilde gedichten en sfeervolle schilderijen portretteert dit 'IJsselkind' een herfst- en winterlandschap vermengd met herinneringen. Timmer weet zowel kwast als pen vaardig te hanteren.
De gedichten zijn, net als de schilderijen, melancholiek van toon: 'ik weet dat de herfst dit jaar te laat komt' dicht ze in het openingsgedicht. Die toon zorgt voor een sterke samenhang tussen de titelloze gedichten. Bepaalde woorden keren veel terug: oud, grijs, laatste, leegte, zwart, stil, wachten. Ook op de schilderijen zijn deze woorden van toepassing: we zien weidse, verlaten landschappen, meestal somber van kleur.
Opvallend is de afwezigheid van andere mensen in de meeste gedichten. In eenzaamheid beschouwt de dichter de omgeving en de eigen herinneringen. Er duikt wel af en toe een hond op: 'een warme snuit gebedel om de bal. Er lijkt in dit gedicht een wat neurotische persoonlijkheid aan het woord te zijn, die wel tot even getallen telt maar 'nooit tot drie of zeven'. Er zijn voor de 'ik' geen bakens in de tijd' om zich aan vast te klampen maar dan lezen we: 'hoe stevig dan de ochtendpoot eerst rechts dan links of andersom soms zeven keer of drie'. Zo krijgt de hond de 'ik' toch zo ver om tot zeven of drie te tellen.
Het gedicht dat hier direct op volgt onthult misschien waarom de 'ik' andere mensen op afstand houdt: "ik ken ze wel de competenten die voordat ik de spinsels in mijn hoofd verken mij niet alleen de vragen geven maar ook het antwoord ze vullen welbespraakt mijn tandeloze mond met ronde woorden en zwaaien bij mijn kaars met helder licht mijn huid verbleekt bij zoveel zon. Een beeldschoon gedicht. De 'ik' raakt vervreemd van zichzelf in aanwezigheid van anderen die haar woorden in de mond leggen. Honden, landschappen en herinneringen zijn wat dat betreft veiliger gezelschap.
De eenzame sfeer wordt nog versterkt door gedichten die een breuk met familie suggereren. In 'ongezien snijd ik de tomaten' kijkt de 'ik' naar een livestream van een begrafenis. Hier breekt even een bittere toon door de melancholie. De 'happy few' die wel voor de begrafenis zijn uitgenodigd zwijgen 'over hen die nooit genoemd zijn en niet genood', maar, dicht Timmer, 'ongezien ben ik erbij.
Het niet gezien worden keert vaker terug. Dat is deels de kracht van deze bundel: de ik' observeert en registreert aandachtig, maar blijft zelf ongezien. In her volgende gedicht krijg je de indruk dat een kind onder de tafel contact legt met een pop (bij gebrek aan aandacht van volwassenen): 'onzichtbaar tussen grote schoenen kijk ik in je starend oog je bent wat stil vandaag ik kam je plastic haar en sluit de knoopjes van je bruine wollen jurk boven ons zijn stemmen boven is het spel en klinkt de lach wij worden niet gezocht. De pop, de hond, het landschap, ze vullen een leemte en ook weer niet.
De jury vindt deze zintuiglijke, ingetogen lyriek, die nergens overdadig wordt, erg geslaagd en is onder de indruk van het samenspel van beeld en tekst in deze prachtige uitgave. Dit smaakt naar meer!
Amsterdam, 21 juni 2026
De jury van de Eijlders Poëzie Aanmoedigingsprijs 2026
Edith de Gilde Jos van Hest Nelleke Lamme-den Boer Frans Terken Mieke van Zonneveld